![]() Cavalier King Charles Spaniëls |
Patella-luxatie
|
Graad 1 |
Incidenteel luxeert de patella die weer spontaan door het strekken van het been terug in de |
Graad 2 |
Regelmatig optredende luxatie met duidelijke problemen. |
Graad 3 |
Continu aanwezige patella-luxatie, waarbij het mogelijk is met de hand de patella weer in de trochlea te krijgen. |
Graad 4 |
Continu aanwezige patella luxatie, waarbij het niet mogelijk is met de hand de patella weer in de trochlea te krijgen. |
Daarnaast is het mogelijk om een onderverdeling te maken naar de zijde waarna de patella luxeert.
Gebeurt dit naar de binnenzijde van de knie dan noemen we dit een patella-luxatie naar mediaal, gebeurt dit naar de buitenzijde van de knie dan noemen we dit een patella-luxatie naar lateraal.De oorzaak van de patella-luxatie naar mediaal, zoals we die zeer frequent zien is niet in één zin te vangen.
Zowel erfelijke aanleg zoals constructiefouten als ook milieufactoren zijn hiervan op invloed.
Vaak worden de banden opgerekt als gevolg van milieufactoren.
Hierdoor krijgt de patella meer kans om te luxeren.Onder milieufactoren worden onder meer verstaan:
– trauma ontstaan door een ongeluk
– trauma ontstaan door een verstapping bijv. in een kuil
– trauma bij het in -en uit een bench komen/springen (pups moeten daar in het begin aan wennen)
– overgewicht
– te veel beweging en verkeerde beweging
– veel springen
– uitglijden op gladde vloeren
– trap lopenDaarom is het zo belangrijk dat wanneer u een cavalier king charles spaniel pup in huis neemt, u goed op let, want een ongelukje zit in een héél klein hoekje.
Vaak is het al gebeurd, zonder dat u er weet van heeft.
Cavaliertjes springen al op zeer jonge leeftijd makkelijk op en af de bank, ook weten ze van geen ophouden als u een balletje weg gooit.
Let ook erg op met gladde vloeren, want ook daardoor wordt gemakkelijk een patellaprobleem veroorzaakt.Met “constructie fouten” bedoelen we:
– ondiepe, soms zelfs afwezige trochlea
– een min of meer gedraaid of gebogen onderbeen
– een scheve aanhechting van de quadriceps.Niet alle “constructiefouten” hoeven gelijktijdig voor te komen.
Ook het voorkomen van één of twee fouten kan de ontwikkeling tot patella-luxatie naar mediaal geven.
In geval van patella-luxatie bij de cavalier, zijn er soms constructiefouten aanwezig, maar geven deze meestal pas problemen nadat er milieufactoren bij gekomen zijn.De behandeling voor patella-luxatie naar mediaal is sterk afhankelijk van de leeftijd waarop het dier klachten krijgt, de klachten die het dier van de patella-luxatie heeft en de graad van patella-luxatie. Zo kan de behandeling uiteen lopen van medicamenteuze aanpak met gerichte training, het opbouwen van meer spiermassa (met name bij jonge honden).
In veel gevallen redt de hond zich prima zonder operatie, ook op de lange duur!!Indien een operatie nodig is, dan wordt meestal de trochlea verdiept en de aanhechting van de kniepees naar buiten verplaatst, zodat weer een rechte lijn wordt verkregen tussen dijbeenspieren, patella en aanhechting van de kniepees.
De behandeling kan per dier zeer verschillend zijn.
In overleg met de eigenaar wordt naar de beste oplossing voor uw hondje gezocht.Daar de kans aanwezig is, dat een dier dat lijdende is aan patella-luxatie ook nakomelingen kan geven die last hebben van patella-luxatie, moet men terughoudend zijn met het fokken van dieren die lijdende zijn aan deze aandoening.
Dit om verdere verspreiding binnen het ras te voorkomen.Nabehandeling operatie:
Na de operatie is het verstandig om de patiënt gedurende de eerste 6-8 weken aan de lijn uit te laten.
In de daarop volgende 4 weken kan de beweging weer worden opgevoerd.
Na 12 weken moet de patiënt weer in staat zijn alles te doen zonder kreupelheid.